 |
 |
 |
 |
De illusie van de "liefdevolle en betrouwbare begeleider" en beschermer binnen SRA cults.
De illusie van de "liefdevolle en betrouwbare begeleider" en beschermer binnen SRA cults.
Al vaker werd door verschillende cliënten beschreven dat er ook binnen sra cults contacten zijn die als zorgend en liefdevol ervaren werden.
Contacten die door veel kindalters gekoesterd werden, maar ook soms door de meer volwassen delen bij een cliënt.
Zoals ook eerder in het geval van de geperverteerde kinderliedjes bleek, lijken ook nu die spaarzame positieve momenten, te worden uitvergroot en gekoesterd.
Op zich een neiging die we natuurlijk allemaal wel hebben.
In het geval van multi-generationele Dis echter, kan het zo zijn dat een dader alters heeft die liefdevol en deels congruent zorgend in het contact kunnen zijn. Iets wat het ook zo moeilijk maakt denk ik. Voor kinderen die opgroeien in een familie waar iedereen een dissociatieve identiteitsstoornis heeft, is het haast niet te bevatten dat andere mensen dat niet hebben. Momenten dat er geswitched wordt door een papa of mama, zijn zo gewoon, dat er een grote alertheid voor is en er automatisch lijkt te worden mee geswitched.
Het ingewikkelde is ook dat een mama of papa op zo’n moment oprecht even liefdevol kan zijn. Het drama zit hem in de wisselingen
Iemand is niet alleen maar dader of slachtoffer. Voor de helderheid van dit ingewikkelde stuk beperk ik me echter maar tot begrippen als dader en slachtoffer.
Er zijn alters die liefdevol kunnen zijn bij een dader en op gezette tijden langskomen bij die delen die dat meer koesteren bij je cliënt en die dan als het ware mee switchen en die zorg ontvangen.
Op het moment echter dat de dader na verloop van tijd switcht naar een meer gewelddadig deel, zal de cliënt direct ook weer mee switchen naar het deel bij haar dat het geweld ondergaat en daar weer mee vertrouwd is.
Dit is iets dat ook vaak beschreven wordt in het geval van een gewelddadige ouder.
Er zijn kinddelen die een werkelijk liefdevolle relatie lijken te hebben met die ouder en die mee switchen en direct uit contact gaan op het moment dat er bij vader of moeder een alter verschijnt die meer gewelddadig is.
De volgende casus illustreert het misschien wat duidelijker:
Al jaren komt een gezellige, geruststellende man, we noemen hem Harry samen met Kees over de vloer bij G. het lijkt een huisvriend. Bij binnenkomst is hij hartelijk, duidelijk blij een ieder weer te zien. Vriendelijk en steunend en gericht op de verschillende kinddelen bij het slachtoffer.
Hij drinkt gezellig wat thee, heeft weer een knuffeltje meegenomen voor de kleintjes, luistert, heeft aandacht, maar herhaalt terloops nog wel dat alle vrouwen slecht zijn en dat haar therapeute absoluut onbetrouwbaar is en dat ze niets van haar moeten geloven.
Als hij even later een piepje geeft met een van haar eerste knuffels, komen de kleintjes en kruipen zachtjes tegen hem aan. Ze dringen onderling om aan bod te mogen komen en dit warme contact te mogen ervaren.
Na een paar minuten van troost, verstrakt het lijf van Harry plotseling en switcht hij naar een daderdeel.
Zijn blik veranderd en bliksemsnel worden de kleintjes weer naar binnen gehaald bij de cliënte en komt er een andere alter bij haar, “Joke”, naar voren die al zat te wachten wanneer het haar beurt zou zijn om het geweld op te vangen.
De voorheen zo vriendelijke man heeft een totale metamorfose ondergaan lijkt het.
Er is niets liefdevols of betrouwbaars meer over.
Hij herhaalt de oude geleerde opdrachten en zet dat kracht bij terwijl hij Joke verkracht.
Even later heeft Harry zijn opdracht uitgevoerd en vertrekt weer zachtjes. Switched weer terug naar zijn vriendelijk zorgzame alter.
Nu is Kees aan de beurt en verkracht haar vervolgens nog een keer.
Ondertussen fluister Harry lieve woordjes dat ze het zo goed doen, dat hij van ze houdt, en wat knap dat ze zo goed luisteren en doen waar ze voor geschapen zijn.
Als het voorbij is schiet Joke weer naar binnen en heeft haar taak gedaan. Een van de meer volwassen delen komt weer naar voren, een deel dat een goede band met Harry heeft, maar geen idee van wat zich een paar minuten geleden heeft afgespeeld. Misschien weten ze dat samen wel niet op dat moment.
Ze drinken nog een kopje koffie, nemen vriendelijk afscheid, en zwaaien elkaar hartelijk uit bij de buitendeur.
Zeggen nog een keer vriendelijk: “en tot de volgende keer.”
Dit lijkt misschien te bizar om waar te kunnen zijn. Toch is dit iets dat verschillende Dis-cliënten met enige regelmaat beschrijven.
Onderstaande mail van een cliënte beschrijft dat ook:
“Vroeger was het contact niet te peilen in de zin van een continuïteit.”
“Wel waren ze er meestal "toevallig" als we iemand nodig hadden zeg maar, zodat ze inderdaad de kwade mensen konden wegsturen en de kleintjes konden troosten.”
“Dat is nu nog, als de kleintjes het moeilijk hebben, zich alleen voelen en verdriet hebben, willen ze dat mama L. komt!”
“Het lijkt dus zo als bij Sabine (SabineDardenne – B.K.), alleen bij ons gaat het nog een stapje verder, wij hebben DIS en daar werd / wordt op ingespeeld.”
“J. en L. komen zelden samen tegelijkertijd hier. Als L. eerst met de kleintjes "lief" aan het doen is, en hun beschermd tegen de ander die hun pijn wil doen, dan voelt dat heel goed bij die ukkies, voelen ze zich geborgen.”
“Maar 2 tellen later wordt er geswitcht en is mama L. een feeks, een serpent die ook afschuwelijk pijn doet.”
“Dit krijgen dan de andere (waaronder ook kleintjes zitten) wel mee, maar de kleintjes die L. lief vinden niet.” “Dus ook intern is er dan een heel conflict over wie wel of niet te vertrouwen en lief is.” “ Dus op die manier zorgen ze ook voor onrust en verwarring intern, worden delen tegenover elkaar uitgespeeld.”
Sommige alters zullen dan met name bijvoorbeeld vader als een sadist hebben leren kennen, terwijl andere delen daar geen bewustzijn voor hebben en juist dezelfde vader alleen als een liefdevolle en veilige man hebben leren kennen! Misschien wel de enige die echt veilig is.
Binnen cult lijkt dit mechanisme heel bewust te worden ingezet.
Ik vroeg me al langer af hoe de cult een vinger aan de pols houdt bij zijn verschillende leden.
Al vaker werd, ook door collega’s, beschreven dat er vaak sprake was van een warme binding tussen slachtoffers en daders, om het maar zo vereenvoudigd te formuleren.
Dit blijkt achteraf een heel sterke binding te zijn. Kinddelen die kostte wat het kost dit contact willen houden, ook al is er een groeiend bewustzijn dat dit warme contact altijd een gewelddadig staartje heeft.
Ondertussen kom ik steeds meer tot de conclusie dat dit door de cult beleidsmatig wordt ingezet.
Ieder slachtoffer wordt op deze manier gekoppeld aan een dader, waarbij de oude onvervulde behoefte van een cliënt bewust wordt aangesproken om een binding te houden.
Je zou het een soort buddy systeem kunnen noemen. In de psychiatrie heet het een persoonlijk begeleiderschap.
In het stukje over Marc Dutroux zie je ook precies hoe dit wordt vorm gegeven.
Een deel van de persoonlijkheid dat zich presenteert als de redder en beschermer.
Alleen had Sabine geen Dis en kon niet mee switchen op het moment dat er bij Marc D. (mogelijk) een gewelddadige alter te voorschijn kwam.
De structuur en de woorden die Marc gebruikte werden letterlijk en door verschillende cliënten herkend en beschreven.
Steeds duidelijker lijkt het alsof er altijd sprake is van een persoonlijk begeleider, een huisvriend bijna. Iemand die volledig inspeelt op het gemis van de cliënt en daar al manipulerend contact mee en controle over houdt.
De cliënt die volledig misleid wordt, maar ook zich zelf misleidt door het beeld van een liefdevol contact, wat ze koste wat het kost wil beschermen en behouden.
Deze pb’er heeft als voornaamste taak lijkt het, om een vinger aan de pols te houden.
Mocht een cliënt zich los willen maken of in conflict komen met het leven wat ze leidt of de dingen die haar geleerd zijn, dan zal de pb’er als vertrouwenspersoon, dit als eerste horen.
In die zin is de rapporteur vooral een aanvulling op de pb’er lijkt het, en heeft hij een belangrijke taak in voorkomen dat een cultlid een risico voor de cult wordt, of kan dit op tijd signaleren en ingrijpen.
Daarnaast lijkt het de cliënt enorm te binden aan de cult. Ik kreeg wel eerder signalen waarin werd gezegd dat het leven binnen de cult niet alleen maar hard en naar was.
Juist de illusie van dit liefdevolle contact, het enige wat ook gedoogd en gekend werd, is misschien wel het grootste struikelblok voor een cliënt om werkelijk los te komen.
Bas Kremer
Meer informatie
2006-09-13
|
|
 |
 |
 |
 |
|