 |
 |
 |
 |
Doelstellingen van de Stichting Alternatief Beraad
Onderzoek naar het mogelijke bestaan van ritueel misbruik in Nederland.
In 1993 werd na een overleg tussen het Ministerie van Justitie, de Inspectie
Jeugdhulpverlening en de Geneeskundige Inspectie voor de Geestelijke
Volksgezondheid de "Werkgroep ritueel misbruik" in het leven geroepen met als
opdracht het definiëren en in kaart brengen van de problematiek en het zo nodig
formuleren van voorstellen voor nader onderzoek en/of een meldingprocedure.
De Werkgroep Ritueel Misbruik definieerde ritueel misbruik als volgt: met
rituelen omgeven en in groepsverband uitgevoerd seksueel sadisme jegens
meerdere kinderen in combinatie met extreme vormen van fysiek geweld en
bedreiging.
In 1994 doet de Werkgroep verslag van haar bevindingen en geeft een aantal
aanbevelingen, waaronder het in het leven roepen van een Beraad, om op langere
termijn signalen en rapportages rond Ritueel misbruik te blijven volgen.
Nu tien jaar later blijkt dat er met de aanbevelingen naar justitie niets is
gedaan.
Stichting Alternatief Beraad neemt letterlijk de volgende aanbevelingen van de
werkgroep over:
-
De Werkgroep is van oordeel dat, gegeven de ernst, de gevoelde problematiek en
de druk die daar van uitgaat (hulpverleners vermoeden, waardoor dan ook, dat
cliënten het slachtoffer zijn van ernstig, pervers, seksueel sadisme welke
cliënten ernstige psychische beschadigingen vertonen, op wie de voorzieningen
in de reguliere hulpverlening niet goed lijken te zijn toegesneden), aanleiding
bestaat een Beraad in het leven te roepen. Dit is met name van belang om de
ontwikkelingen (daarbij inbegrepen de literatuur en het onderzoek) nauwlettend
te volgen, vooral ook in de praktijk.
Het werk van de Werkgroep zou als het ware gedurende een bepaalde periode
moeten worden voortgezet, zodat het mogelijk is de noodzakelijke verbindingen
te leggen tussen de verhalen van de slachtoffers en het daadwerkelijk
verrichten van onderzoek door vertrouwensartsen, de raad voor de
kinderbescherming en politie en Justitie.
Het Beraad kan de vereiste samenwerking verbeteren tussen hulpverlening
enerzijds en politie en justitie anderzijds om een adequate reactie te
bewerkstelligen op meldingen van gevallen van ritueel misbruik. De concrete
werkwijze en taak dienen ingevuld te worden bij de instelling van het Beraad
(p.56).
-
Zij beveelt aan dat er onderzoek verricht wordt om in deze kwesties meer
klaarheid te brengen en aldus te bevorderen dat het debat over ritueel misbruik
een meer empirische basis wordt gegeven (p.58/59 rapportage werkgroep).
Men merkt overigens op dat men niet in staat is geweest om op systematische
wijze alle gevallen van vermoedens van ritueel misbruik, welke in de
hulpverlening dan wel bij Justitiële instanties bekend zijn, gedetailleerd te
onderzoeken (p.58).
Stichting Alternatief Beraad wil dit onderzoek voortzetten. Wij hebben daarbij
niet de illusie, dat we de waarheid over het onderwerp ritueel misbruik
ondubbelzinnig boven tafel zullen krijgen. Het is al heel wat als we bereiken,
dat het inzicht terrein wint dat sommige herinneringen aan in groepsverband
gepleegd ritueel geweld betrekking kunnen hebben op een, ook buiten degene
die het zich herinnert bestaande, gruwelijke realiteit.
Wij willen daarom een poging doen door middel van het verzamelen en vergelijken
van getuigenissen, waarbij we vooral gericht zijn op een eventuele overlap in
zeer specifieke details, enig licht te werpen op het mogelijke
realiteitsgehalte van de aanhoudende geruchten, verhalen en verwijzingen.
Onze indruk is al heel lang dat nogal wat hulpverleners, die met cliënten welke
deze achtergrond suggereren, te maken hebben, zich in een niet ongevaarlijk
isolement bevinden. Zelfs hebben we de indruk, dat sinds het verschijnen van
dit rapport, de hulpverleners die met deze materie te maken krijgen nog
geïsoleerder zijn geraakt en adequate hulp voor de slachtoffers nog minder dan
voorheen kan worden geboden. Binnen de beroepsgroep lijkt er sprake te zijn van
een taboe. We kunnen daar nog aan toevoegen dat dit isolement en de dreiging
van reputatiebeschadiging ook gelden voor mensen, die vanuit een ander
beroepsperspectief onverhoeds met deze problematiek in aanraking zijn gekomen,
zoals politiefunctionarissen, vertrouwensartsen, kinder- en jeugdbescherming,
predikanten en pastorale werkers. De vrees bij vele beroepsbeoefenaren voor
verlies van hun reputatie en geloofwaardigheid - wanneer zij de mening zouden
verkondigen, dat sommige verhalen over sadistische rituelen welke in groepen
plaatsvinden wel eens een flink realiteitsgehalte zouden kunnen hebben - is
terecht.
Wij stellen ons ten doel, dat mede door een rapportage van onze bevindingen het
onderwerp in diverse beroepsverbanden weer bespreekbaar wordt, tenminste in
kleinere kring, zodat zowel voor de beroepsbeoefenaren als voor de betreffende
cliënten het isolement enigermate wordt doorbroken, hetgeen een adequate
bejegening vergemakkelijkt.
Het organiseren van therapeutische randvoorwaarden
Daarnaast kent de Stichting nog de volgende doelstellingen:
-
Het ontwikkelen van zorgprogramma's protocollen voor de behandeling van
mogelijke slachtoffers van SRA en het bevorderen van de ontwikkeling van
dergelijke programma's. Dit kan vooral ondersteunend werken en voorkomen dat
therapeuten geïsoleerd raken of schade oplopen vanuit secundaire
traumatisering.
-
Het beschikbaar maken van intervisie en supervisie mogelijkheden.
|
|
 |
 |
 |
 |
|